Wat is integriteit?

Het begrip integriteit is nog niet uitgekristalliseerd. Dat blijkt uit de grote verscheidenheid aan definities die in omloop zijn. Daarom kiest BIOS er voor om niet te streven naar een nauwsluitende integriteitsformule, maar omschrijven we het begrip aan de hand van een aantal elementen:

  • Als kwaliteitskenmerk is integriteit een maatstaf om het functioneren van personen en organisaties te beoordelen. Het begrip geeft niet alleen de mate van onkreukbaarheid aan, maar is ook een indicatie voor het handelen conform de waarden en normen van goed ambtenaarschap en goed werkgeverschap.
  • Goed ambtenaarschap betekent dat de ambtenaar zorgvuldig en verantwoordelijk omgaat met de bevoegdheden, middelen en informatie waarover hij beschikt, ten behoeve van het algemene belang dat hij dient, en op correcte wijze omgaat en rekening houdt met burgers, collega’s, klanten en andere belanghebbenden. Integriteit is daarnaast ook een kwestie van goed werkgeverschap.
  • Goed werkgeverschap betekent dat de werkgever de verantwoordelijkheid heeft om de ambtenaar in het goed ambtenaarschap te ondersteunen door goed integriteitsbeleid te voeren. Dat houdt in:
    • het integriteitsbewustzijn en het (moreel) verantwoord handelen van medewerkers bevorderen en
    • de ambtenaar beschermen tegen misstappen door (onnodige) risico’s en verleidingen weg te nemen. Deze rol impliceert zowel een verantwoordelijkheid van de werkgever als een recht van de werknemer.

BIOS hanteert met andere woorden een brede en positieve invulling van het begrip integriteit. Sommigen zien integriteit als een synoniem van professionaliteit. Volgens BIOS is integriteit wel een aspect van professioneel handelen, maar niet daarmee gelijk te schakelen. Indien we integriteit zo breed op zouden vatten verwordt het tot een containerbegrip en ligt het gevaar van ‘integritisme’ op de loer, waarbij alle vormen van minder professioneel handelen ten onrechte worden voorzien van het integriteitsetiquette.

Bestuurlijke integriteit

Integriteit is niet alleen een belangrijke kwaliteitseis voor ambtenaren, maar voor alle publieke functionarissen, ook voor bestuurders. Het gaat niet altijd om wat goed of fout is, maar vaak om (publieke) waarden die nastrevenswaardig en tegelijkertijd ook strijdig met elkaar kunnen zijn. Bijvoorbeeld: hoe verhouden openheid en transparantie zich tot de, eveneens belangrijke, waarden geheimhouding en vertrouwelijkheid? Dit voorbeeld geeft een spanningsveld weer dat inherent is aan het werken in de publieke sector. Voor elk van die soms tegenstrijdige waarden valt veel te zeggen, maar wat moet wanneer de doorslag geven? Integriteit is meer dan schendingen en plichtsverzuim. Indien we integriteit breder zien, gaat het erom dat publieke functionarissen in staat zijn een moreel verantwoord oordeel te vormen over ingewikkelde problemen en spanningsvelden in hun werk. Dat betekent dat zij:

  • zorgvuldig omgaan met de bevoegdheden en middelen waarover zij beschikken, ten behoeve van het publieke belang dat zij dienen;
  • zich daarbij houden aan de letter èn de geest van de geldende wetten, regels en procedures;
  • over het vermogen beschikken om zelfstandig na te denken en te oordelen over ingewikkelde problemen, spanningsvelden en integriteitsvraagstukken.