Verduistering illegaal vuurwerk

Een brigadier van politie, belast met beheer en coördinatie van vuurwerkzaken, gebruikt en biedt illegaal vuurwerk aan vanuit zijn huis. Hij wordt ontslagen.
Hij voert hiertegen aan:

  • dat het verweten gedrag hem in de procedure onvoldoende duidelijk gemaakt zou zijn;
  • dat onrechtmatig verkregen bewijs is gebruikt;
  • dat de korpscultuur permissief is tegenover de omgang met vuurwerk.

De Raad oordeelt als volgt:

  • De betrokkene geeft, gezien zijn schriftelijke verantwoording, wel degelijk blijk van inzicht in de hem verweten gedragingen.
  • Het gebruik van onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal is in het bestuursrecht, volgens vaste jurisprudentie, slechts dan niet toegestaan indien het is verkregen op een wijze die zozeer indruist tegen hetgeen van een behoorlijk handelende overheid mag worden verwacht, dat het gebruik onder alle omstandigheden ontoelaatbaar moet worden geacht. Dit is volgens de Raad niet aan de hand.
  • Een wellicht te nonchalante manier van omgaan met vuurwerk in het korps kan in casu geen rechtvaardiging vormen voor het gedrag van de betrokkene. De werkgever heeft terecht geconcludeerd dat de betrokkene het in hem gestelde vertrouwen heeft beschaamd en dat zijn gedrag afbreuk doet aan het beeld van een betrouwbaar en integer politiekorps.
  • Het ontslag blijft in stand.

Centrale Raad van Beroep, 13-3-2008, TAR 2008/122

 
 
 

Op de hoogte blijven? Meld u aan voor de nieuwsbrief IntegriteitOverheid