Strafontslag als gevolg van zeer ernstig plichtsverzuim te weten het meermaals ten onrechte declareren van verblijfskosten/lunchcomponenten

  • 24-01-2011

De betrokken ambtenaar was sinds 1 januari 1978 werkzaam bij de Douane. Hem wordt verweten dat hij ten onrechte verblijfskosten heeft gedeclareerd. Uit de resultaten van het onderzoek kan worden opgemaakt dat het daarbij gaat om verschillende situaties. Verder wordt appellant ook verweten dat hij tweemaal tijdens een late dienst een dinervergoeding heeft gedeclareerd, terwijl hij rondom etenstijd thuis was.
Tussen partijen is niet in geschil dat jarenlang het declaratiegedrag van meerdere medewerkers bij Douane [regio] met betrekking tot het declareren van maaltijdcomponen-ten tijdens dienstreizen niet altijd correct is geweest en dat leidinggevenden daar op verschillende wijzen mee zijn omgegaan. Medio 2005 is in het MT Douane [regio] afgesproken dat in alle werkoverleggen het declaratiegedrag zal worden besproken, dat aandacht zal worden besteed aan de heersende cultuur en dat afspraken worden gemaakt om te komen tot een juiste toepassing van de regelgeving. 
De ambtenaar erkent dat ook met hem over een juiste wijze van declareren is gesproken. Hij stelt echter dat hij het daarmee niet eens was en dat zijn leidinggevende heeft toegestaan dat hij als vanouds lunchcomponenten bleef declareren.

De Raad stelt ten aanzien van het onderzoek dat hij evenals de rechtbank van oordeel is dat geen aanleiding bestaat de door de korpsbeheerder gehanteerde bewijsmiddelen en daarvan in het bijzonder de resultaten van de onderzoeken naar de elektronische rittenadministratie van de dienstauto en het trafficcontrolsysteem, buiten beschouwing te laten. Deze bewijsmiddelen zijn namelijk niet verkregen op een wijze die zozeer indruist tegen hetgeen van een behoorlijk handelende overheid mag worden verwacht dat dit gebruik onder alle omstandigheden ontoelaatbaar moet worden geacht.

Appellant is er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat hem toestemming is verleend om zijn lunch op de oude wijze te declareren.
In hoger beroep heeft appellant niet bestreden dat hij te lange pauzes heeft genomen en dat hij eenmaal zijn werkdag te vroeg heeft beëindigd. Dat gegeven, in combinatie met voorgaande overwegingen, maakt dat de Raad van oordeel is dat de voorzieningenrechter op goede gronden heeft aangenomen dat appellant het hem verweten plichtsverzuim heeft gepleegd. Onder verwijzing naar de overwegingen van de voorzieningenrechter in onderdeel 2.7, in welke overwegingen de Raad zich kan vinden, is de Raad met de voorzieningenrechter van oordeel dat de opgelegde straf van onvoorwaardelijk strafontslag niet onevenredig is aan de ernst van het plichtsverzuim.


http://zoeken.rechtspraak.nl/weekoverzicht/default.aspx?results=true&datum_tussen_tm=2010-12-25&rechtsgebieddisplay=Bestuur&instantietype=Centrale%20Raad%20van%20Beroep&instantie=Centrale%20Raad%20van%20Beroep

 
 

Op de hoogte blijven? Meld u aan voor de nieuwsbrief IntegriteitOverheid