Oplegging onvoorwaardelijk ontslag wegens misbruik van bevoegdheid tot inzage in GBA

  • 24-01-2011

Op 19 juli 2007 heeft een voormalig medewerkster (hierna: meldster) van de dienst SZW bij de vertrouwenspersoon van de dienst SZW melding gemaakt van het feit, dat zij vermoedt dat betrokkene gebruik heeft gemaakt van voor hem toegankelijke registratiesystemen om haar nieuwe, geheime, adres te achterhalen, omdat zij hem twee maal in haar directe woonomgeving heeft gezien. Zij heeft daarbij aangegeven eerder te zijn lastig gevallen door betrokkene. Een klacht over dat gedrag heeft zij ingetrokken, omdat het OM die zaak in behandeling heeft genomen. Zoals aan betrokkene is meegedeeld, is deze melding aanleiding geweest voor het instellen van een integriteitonderzoek door het hoofd Interne Controle in samenwerking met de Gemeentelijke Accountantsdienst. Uit het van dit onderzoek opgemaakte rapport (hierna: rapport) blijkt, dat betrokkene in de periode van 5 december 2005 tot 31 augustus 2007 202 maal de zogenoemde GBA-gegevens van meldster heeft geraadpleegd. Daarnaast heeft betrokkene nog 34 raadplegingen naar de familie van meldster verricht en 25 raadplegingen naar zichzelf of zijn familie. In dit rapport is verder de conclusie getrokken, dat de informatie die betrokkene via raadpleging van de GBA-gegevens heeft verkregen, is misbruikt om zich in de nabijheid van de woning van meldster te kunnen ophouden. Het college heeft de inhoud van het rapport, inclusief de conclusies, onverkort overgenomen en op grond daarvan betrokkene op 7 november 2007 in kennis gesteld van het voornemen hem met onmiddellijke ingang wegens ernstig plichtsverzuim de disciplinaire straf van onvoorwaardelijk ontslag op te leggen.

De CRvB is niet gebleken van onzorgvuldigheden bij de totstandkoming van het rapport. Naar het oordeel van de CRvB heeft het college dit rapport ten grondslag kunnen leggen aan het ontslag. Uit het rapport blijkt dat betrokkene zowel op de aantijgingen van meldster als op de bevindingen met betrekking tot de raadpleging van de GBA heeft kunnen reageren. Betrokkene is niet door de opsteller van het rapport in de gelegenheid gesteld te reageren op de conclusies die op basis van het onderzoek door de opsteller van het rapport zijn getrokken. Dat betekent niet dat geen sprake is van hoor en wederhoor. Betrokkene heeft immers in het kader van de voornemenprocedure zijn reactie op zowel de inhoud als de conclusies van het rapport kunnen geven. Het beroep dat betrokkene ter zitting van de CRvB op het gelijkheidsbeginsel heeft gedaan, slaagt niet. Dat sprake zou zijn geweest van een onderzoek binnen de dienst SZW, waaruit zou zijn gebleken dat op grote schaal misbruik van systemen wordt gemaakt en dat geen ontslag is verleend aan de ambtenaren die dat misbruik hebben gepleegd, is een stelling die op geen enkele wijze nader is onderbouwd en die pertinent is ontkend door het college. Door zijn gedrag heeft betrokkene het noodzakelijk in hem te stellen vertrouwen verloren en heeft hij aangetoond niet te beschikken over de integriteit die van een ambtenaar als betrokkene mag worden verwacht. Gelet op de ernst van het verweten plichtsverzuim is de straf niet onevenredig te noemen. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.

Centrale Raad van Beroep, 19-08-2010
09/957 AW

LJN: BN6975



 
 

Op de hoogte blijven? Meld u aan voor de nieuwsbrief IntegriteitOverheid