- Publicaties
- Literatuurlijsten
- Jaarboek
- Praktijkvoorbeelden
- Instrumenten
- Onderzoek
-
Jurisprudentie
- Financiële schendingen
- Misbruik positie en belangenverstrengeling
- Lekken en misbruiken van informatie
- Misbruik van bevoegdheden
- Misbruik geweldsbevoegdheid
- Ongewenste omgangsvormen
- Misbruik bedrijfsmiddelen en overtreding interne regels
- Misdragingen in privésfeer
- Onderzoek, (straf)maat, screening
- Klokkenluiden
- Wet- en Regelgeving
- Officiële Bekendmakingen
- Speeches en Presentaties
- Geschiedenis in beeld
Voeren van seksueel getinte gesprekken levert geen plichtsverzuim op
http://www.rechtspraak.nl/ljn.asp?ljn=BR2247
Betrokkene was werkzaam als operationeel chef bij de [naam unit] van de Dienst Luchtvaartpolitie (hierna: DLVP) van het Klpd. Naar aanleiding van een melding dat betrokkene zich mogelijk schuldig had gemaakt aan seksuele intimidatie en aanranding is een disciplinair onderzoek gestart en is betrokkene buiten functie gesteld. Het door Bureau Veiligheid & Integriteit opgestelde rapport van dit onderzoek heeft de minister tot het voornemen gebracht betrokkene te straffen met de disciplinaire straf van ontslag. Betrokkene heeft zijn zienswijze op dit voornemen gegeven, waarna de minister bij besluit van 25 april 2008 betrokkene met ingang van de datum van uitreiking van het besluit, te weten 25 juni 2008, de straf van onvoorwaardelijk ontslag heeft opgelegd. Bij besluit van 26 mei 2008 heeft de minister het bezwaarschrift van betrokkene tegen het ontslagbesluit ongegrond verklaard en het stafontslag gehandhaafd.
Betrokkene wordt verweten dat hij als hoog in de rangorde staande leidinggevende intensief contact heeft onderhouden met een veel jongere medewerkster, die na een periode van overspannenheid werkzaamheden is gaan verrichten bij de [naam afdeling] van de DLVP op Schiphol. De gesprekken die hij met haar heeft gevoerd en de sms-berichten die hij haar heeft gestuurd, hadden, zo stelt de minister, een door de medewerkster niet gewenste seksuele lading. Verder wordt betrokkene verweten, dat hij de medewerkster tegen haar zin heeft aangeraakt. Van het plichtsverzuim maakt geen onderdeel uit de aanranding waaraan betrokkene zich volgens de medewerkster ook zou hebben schuldig gemaakt. In de visie van de minister gelden voor het kunnen aannemen van aanranding strengere eisen ten aanzien van het bewijs omdat aanranding een strafbaar feit is. Betrokkene heeft een deel van de hem verweten gedragingen erkend en een ander deel ontkend. De gedragingen die betrokkene heeft ontkend, kunnen hem volgens de minister wel worden verweten omdat aannemelijk is dat hij zich aan die gedragingen heeft schuldig gemaakt.
De CRvB oordeelt als volgt. Anders dan de rechtbank en de minister heeft de CRvB op basis van de zich in het dossier bevindende gegevens niet de overtuiging kunnen verkrijgen, dat betrokkene de medewerkster tegen haar zin heeft aangeraakt en dat het betrokkene op enig moment duidelijk moet zijn geweest dat de medewerkster niet langer prijs stelde op seksueel getinte gesprekken en sms-berichten. De verklaringen van betrokkene, in combinatie met de verklaringen van de collega’s die sms-berichten van betrokkene aan de medewerkster hebben gelezen, maken dat naar het oordeel van de CRvB als vaststaand kan worden aangenomen dat betrokkene met de medewerkster seksueel getinte gesprekken heeft gevoerd en haar sms-berichten met eenzelfde karakter heeft gezonden. Voor het als vaststaand kunnen aanmerken van ongewenste fysieke aanrakingen en voor een vaststelling dat het betrokkene duidelijk moet zijn geweest dat de medewerkster niet langer prijs stelde op de seksueel getinte gesprekken en sms-berichten biedt het dossier te weinig houvast.
De CRvB moet vervolgens de vraag beantwoorden of het door betrokkene voeren van seksueel getinte gesprekken met de medewerkster en het aan die medewerkster verzenden van sms-berichten met eenzelfde karakter, plichtsverzuim oplevert. De CRvB is van oordeel dat dit gedrag onverstandig is geweest, maar dat het geen plichtsverzuim oplevert. Daarbij heeft de CRvB betrokken dat het gaat om gedrag dat voornamelijk in privétijd heeft plaatsgevonden tussen twee volwassen mensen. Het feit dat betrokkene een leidinggevende functie heeft, kan in dit geval geen rol spelen, omdat betrokkene niet de leidinggevende van de medewerkster is. Evenmin is van belang dat sprake is van een aanzienlijk leeftijdsverschil tussen betrokkene en de medewerkster. De medewerkster is een jonge, maar wel volwassen vrouw, die al vanaf de zomer van 2002, startend als stagiaire, werkzaam was binnen de Klpd en die deze werkzaamheden combineerde met een hbo-opleiding personeel en arbeid. De CRvB ziet niet in waarom de omstandigheid dat de medewerkster werkzaam was bij DLVP op Schiphol in het kader van haar re-integratie een rol zou kunnen spelen, nog daargelaten of betrokkene op de hoogte was van deze situatie. Bovendien blijkt uit de verklaring van de medewerkster dat het initiatief tot het hebben van een niet zakelijk contact met betrokkene van haar is
uitgegaan en dat lange tijd sprake is geweest van wederkerigheid.
Niet kan worden vastgesteld wat de uiteindelijke oorzaak van de verwijdering tussen betrokkene en de medewerkster is geweest.
Vanwege het ontbreken van plichtsverzuim ziet de CRvB aanleiding het primaire besluit van 25 april 2008 te herroepen en de aangevallen uitspraak te vernietigen.
Centrale Raad van Beroep, 7 juli 2011


