- Publicaties
- Literatuurlijsten
- Jaarboek
- Praktijkvoorbeelden
- Instrumenten
- Onderzoek
-
Jurisprudentie
- Financiële schendingen
- Misbruik positie en belangenverstrengeling
- Lekken en misbruiken van informatie
- Misbruik van bevoegdheden
- Misbruik geweldsbevoegdheid
- Ongewenste omgangsvormen
- Misbruik bedrijfsmiddelen en overtreding interne regels
- Misdragingen in privésfeer
- Onderzoek, (straf)maat, screening
- Klokkenluiden
- Wet- en Regelgeving
- Officiële Bekendmakingen
- Speeches en Presentaties
- Geschiedenis in beeld
Gevangenismedewerker, tevens OR-lid, manipuleert het dienstrooster
Plaats en datum: Centrale Raad van Beroep, 1 december 2011
URL:
http://www.rechtspraak.nl/ljn.asp?ljn=BU7123
Betrokkene was sinds 1993 werkzaam bij de Dienst Justitiële Inrichtingen en sinds 1997 werkzaam als [naam functie] in de Penitentiaire Inrichting Zuid-West, locatie Dordtse Poorten. Vanaf mei 2005 vervulde betrokkene de taak van planner. Betrokkene was sinds 2007 lid van de Ondernemingsraad (OR) en sinds zijn indiensttreding kaderlid van de vakbond. Vanwege zijn nevenwerkzaamheden werd betrokkene 18 uur per week vrijgesteld van zijn reguliere werkzaamheden.
Op 8 september 2008 heeft de minister het Bureau Integriteit en Veiligheid opdracht gegeven een disciplinair onderzoek te starten naar vermeend plichtsverzuim van betrokkene. In verband daarmee is betrokkene per september 2008 van zijn taak als planner ontheven. In het rapport van 26 november 2008 is het bureau tot de conclusie gekomen, dat sprake is van manipulatie van het rooster door betrokkene, maar dat niet gebleken is dat betrokkene daarbij het oogmerk van financieel gewin heeft gehad. De minister heeft een nader onderzoek laten uitvoeren door de P&O-adviseur en de roostermanagementadviseur. In het rapport van 5 januari 2009 zijn ook zij tot de conclusie gekomen dat betrokkene het roostersysteem heeft gemanipuleerd. Daarbij is het vermoeden uitgesproken dat betrokkene met zijn handelwijze het oogmerk van financieel gewin heeft gehad en dat ook heeft verkregen. Op 29 januari 2009 heeft de minister aan betrokkene het voornemen kenbaar gemaakt om hem strafontslag te verlenen omdat hij zich schuldig heeft gemaakt aan plichtsverzuim.
Bij besluit van 25 maart 2009 is aan betrokkene de disciplinaire straf van onvoorwaardelijk ontslag opgelegd met de bepaling dat deze straf met onmiddellijke ingang ten uitvoer wordt gelegd. Daaraan heeft de minister ten grondslag gelegd, dat betrokkene zich schuldig heeft gemaakt aan zeer ernstig plichtsverzuim.
Uit de beide rapporten blijkt naar het oordeel van de Raad dat betrokkene in strijd met het geldende roosterbeleid en zonder toestemming van zijn leidinggevende zijn OR-uren als overwerk heeft weggezet. Daartoe haalde betrokkene vóór de goedkeuring van het rooster door zijn leidinggevende die uren uit het rooster en plaatste ze na goedkeuring weer in het rooster, waardoor overuren werden gecreëerd. Die overwerkuren heeft betrokkene ook laten uitbetalen. Voor deze handelwijze had betrokkene geen toestemming van zijn leidinggevende. Naar het oordeel van de Raad heeft betrokkene daarmee de aan hem toegekende verantwoordelijkheid als planner geschaad en zijn leidinggevende misleid. Betrokkene heeft zich dan ook niet gedragen als een goed ambtenaar in gelijke omstandigheden behoort te doen en heeft zich schuldig gemaakt aan plichtsverzuim. Nu niet is gebleken dat die gedragingen niet ten volle aan betrokkene kunnen worden toegerekend, was de minister bevoegd tot het opleggen van een disciplinaire straf.
Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat de aard en ernst van het plichtsverzuim zodanig is dat de opgelegde disciplinaire straf van onvoorwaardelijk ontslag daaraan niet onevenredig is te achten. Daarbij heeft de Raad in aanmerking genomen dat betrokkene als planner verantwoordelijk was voor het maken van het rooster en daarbij een grote mate van vrijheid had. Juist dit maakte dat de minister erop moest kunnen vertrouwen, dat betrokkene van deze vrijheid geen misbruik zou maken. Door zijn handelwijze heeft betrokkene het vertrouwen van de minister ernstig beschaamd. De Raad acht voorts van belang, dat betrokkene als planner goed op de hoogte was van het roosterbeleid, maar ook doordat hij als OR-lid betrokken was bij de evaluatie van dit beleid. Bovendien is betrokkene bij de aanvang van zijn OR-lidmaatschap erover geïnformeerd hoe de OR-uren in het rooster zouden moeten worden ingevoerd. Dat de handelwijze van betrokkene zou zijn ingegeven om bij de collega’s bereidheid tot overwerken te creëren, wat daar ook van zij, kan mede gelet op de extra formatie die al aan de afdeling was toegekend niet tot een ander oordeel leiden. Ook de omstandigheid dat betrokkene een groot (financieel) belang heeft bij voortzetting van zijn dienstverband legt, gelet op het belang van de minister om betrouwbare en integere medewerkers in dienst te hebben, te weinig gewicht in de schaal om het gegeven strafontslag niet evenredig aan het plichtsverzuim te achten.


