- Publicaties
- Literatuurlijsten
- Jaarboek
- Praktijkvoorbeelden
- Instrumenten
- Onderzoek
-
Jurisprudentie
- Financiële schendingen
- Misbruik positie en belangenverstrengeling
- Lekken en misbruiken van informatie
- Misbruik van bevoegdheden
- Misbruik geweldsbevoegdheid
- Ongewenste omgangsvormen
- Misbruik bedrijfsmiddelen en overtreding interne regels
- Misdragingen in privésfeer
- Onderzoek, (straf)maat, screening
- Klokkenluiden
- Wet- en Regelgeving
- Officiële Bekendmakingen
- Speeches en Presentaties
In privé ophalen metaal door afvalmedewerker
Plaats en datum: Centrale Raad van Beroep, 28 november 2011
URL:
http://www.rechtspraak.nl/ljn.asp?ljn=BU6769
Betrokkene was medewerker afvalverzameling bij de afdeling Stadsbeheer van de gemeente Den Helder. Samen met zijn collega M haalde hij vanaf de jaren ’90 met een perskraakwagen regelmatig afval op bij de [Kringloopwinkel] in Den Helder. Tevens haalden zij daar, met instemming van de toenmalige directie van [Kringloopwinkel], gescheiden bewaarde hoogwaardige metalen op die zij verkochten aan de metaalhandelaar V. De daaruit genoten, relatief bescheiden, inkomsten verdeelden betrokkene en M onderling. In 1999 en 2004 heeft het college bijzondere aandacht besteed aan integriteit en er zijn huisregels vastgesteld die in 2005 in een Handboek zijn vastgelegd. In 2005 heeft betrokkene met succes de cursus Veilig en verantwoord functioneren gevolgd, waarbij ook het onderdeel ambtelijke integriteit is behandeld. Omdat in dat kader het zogenaamde poeten - het voor privédoeleinden meenemen van goederen die aangeboden worden voor afvalinzameling door de gemeente - niet (meer) werd toegestaan, heeft betrokkene besloten de hoogwaardige metalen bij [Kringloopwinkel] niet meer in diensttijd en met een dienstvoertuig op te halen, maar buiten diensttijd en met zijn eigen auto.
Een in 2007 bij [Kringloopwinkel] nieuw aangetreden directeur heeft die praktijk, die bij het college niet bekend was, aan de orde gesteld. Naar aanleiding daarvan heeft het college besloten betrokkene achtereenvolgens te schorsen en de straf van onvoorwaardelijk ontslag op te leggen.
Ook de Raad kan betrokkene niet volgen in zijn betoog dat van plichtsverzuim in het geheel geen sprake was. Het verweten gedrag - het (weliswaar niet meer in diensttijd en niet met een dienstvoertuig, maar) voor eigen gewin ophalen van hoogwaardige metalen bij [Kringloopwinkel] - is inderdaad naar de letter niet een overtreding van het verbod van poeten. Maar daarmee is nog niet gezegd dat de (nieuwe) handelwijze van betrokkene niet kan worden aangemerkt als gedrag dat een goed ambtenaar niet betaamt. Het college heeft met juistheid betoogd dat het betrokkene, gelet op het belang dat het college hecht(te) aan integer gedrag, duidelijk had kunnen en moeten zijn dat hij niet zonder overleg met zijn leidinggevende als privépersoon goederen bij [Kringloopwinkel] kon ophalen naast zijn ambtelijke werkzaamheden aldaar.
Evenals de rechtbank is de Raad ook van oordeel dat de straf van onvoorwaardelijk ontslag onevenredig is aan de aard en ernst van het plichtsverzuim. Met weergegeven overwegingen heeft de rechtbank kennelijk en terecht hier de bijzondere omstandigheid van de (lange) voorgeschiedenis van belang geacht; deze leidt ertoe dat in dit geval de aard en ernst van het plichtsverzuim moeten worden gerelativeerd. Tot slot acht de Raad niet zonder betekenis dat, nadat in het strafvoornemen en in het primaire strafbesluit het plichtsverzuim wat ruimer was geformuleerd, het college betrokkene bij het bestreden besluit in het voetspoor van de Commissie bezwaarschriften rechtspositie, als plichtsverzuim alleen het poeten als bedoeld in artikel 4:16 van het Handboek heeft verweten, van welke gedraging naar de letter geen sprake was.
Op grond van het voorgaande komt de Raad tot de conclusie dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
