Onderzoek, (straf)maat, screening

Een medewerker van de voormalige politieregio Hollands Midden is door collega’s aangetroffen met een minderjarig meisje (zijn zestienjarige nichtje) op de achterbank van zijn auto (incident).

Appellant is werkzaam bij de politieregio Groningen. Hij was ten tijde van het geding werkzaam als buurtagent. In 1997 heeft hij een relatie gekregen met H, een collega van het politiebureau. In datzelfde jaar zijn ze gaan samenwonen in de woning van appellant. De relatie is in april 2008 beëindigd.

Betrokkene was vanaf december 1985 werkzaam bij Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL). Hij was betrokken bij de aanbesteding van de vervanging van het Voice Communication System (VCS) van LVNL. Op 13 februari 2009 is de inkoopfunctionaris van LVNL, de heer J, gebeld door de heer H, directeur van aanbieder R&S. H meldde J dat een medewerker van R&S, de heer D, een anoniem stuk had ontvangen met vergelijkende gegevens over het aanbod van R&S en de aanbiedingen van twee van haar mededingers.

Verweerder heeft verzoeker wegens ernstig plichtsverzuim disciplinair gestraft met onvoorwaardelijk strafontslag. Tegen dit besluit heeft verzoeker bezwaar gemaakt bij verweerder en heeft hij een verzoek om voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) ingediend bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Dordrecht.

 

 

Eiseres is met onmiddellijke ingang, gedurende de voorbereidingsfase van een te nemen schorsingsbesluit op grond van artikel 84, tweede lid, van het Barp buiten functie gesteld. Verweerder heeft hieraan ten grondslag gelegd dat bekend is geworden dat eiseres verdachte is in een strafrechtelijk onderzoek ter zake van de verdenking van het lekken van informatie c.q. overtreding van artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht (schending ambtsgeheim).

Betrokkene was werkzaam bij de gemeente IJsselstein als technisch uitvoerend medewerker C bij de afdeling Civiele Techniek. Naar in november 2008 aan het college bekend is geworden, is betrokkene door de strafrechter veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf in verband met het plegen van een zedenmisdrijf.

Betrokkene was werkzaam als sociotherapeut bij de Dr. S. van Mesdagkliniek te Groningen, rijksinrichting voor TBS. Tevens had betrokkene de taak van roostermaker bij de afdeling [naam afdeling] van die kliniek. Bij besluit van 26 november 2007 heeft de minister hem met onmiddellijke ingang disciplinair strafontslag verleend.

Betrokkene was sinds 1988 werkzaam bij de Dienst voor Reiniging, Ontsmetting, Transport en Bedrijfswerkplaatsen (hierna: Roteb) van de gemeente Rotterdam, laatstelijk als meewerkend voorman bij de afdeling [naam milieupark].

Bij besluit van 23 december 2009 heeft de werkgever wegens plichtsverzuim aan betrokkene met ingang van 1 januari 2010 de disciplinaire straf van onvoorwaardelijk ontslag opgelegd. Subsidiair heeft de werkgever ontslag verleend wegens ongeschiktheid en/of onbekwaamheid voor de verdere vervulling van zijn betrekking, anders dan uit hoofde van ziekte of gebreken.