Gemeenteambtenaar behoort schijn van belangenverstrengeling te vermijden

Een afdelingshoofd bij de gemeente verricht nevenwerkzaamheden met zijn eigen BV (adviseren over ruimtelijke ordening en volkshuisvesting, aan- en verkoop van onroerende zaken en projectmanagement).

Een afdelingshoofd bij de gemeente verricht nevenwerkzaamheden met zijn eigen BV (adviseren over ruimtelijke ordening en volkshuisvesting, aan- en verkoop van onroerende zaken en projectmanagement). Hij doet ook zaken met bedrijven die zakelijke relaties onderhouden met de gemeente en waarmee hij in zijn ambtelijke functie contact heeft.
Hij krijgt ontslag wegens ongeschiktheid voor zijn functie, anders dan wegens ziekte of gebrek.
De Raad oordeelt als volgt:

  • De betrokkene had als afdelingshoofd een betrekkelijk ondergeschikte rol bij de totstandkoming van gemeentelijke beslissingen die voor zijn zakenrelaties van belang zouden kunnen zijn. Hij had bovendien slechts beperkte bevoegdheden.
  • Daadwerkelijke belangenverstrengeling of bevoordeling is niet geconstateerd.
  • De betrokkene heeft zich onvoldoende gerealiseerd dat zijn nevenwerkzaamheden de schijn van belangenverstrengeling opriepen en dat hij ook deze schijn behoorde te vermijden.
  • Volgens vaste jurisprudentie had de werkgever echter, bij de gekozen ontslaggrond, de betrokkene een verbeterkans moeten bieden.

Centrale Raad van Beroep, 23-08-2006, LJN AY8059, TAR 2006/188