Urenverantwoordingsstaten niet overeenkomstig de waarheid ingevuld

Aan eiser is strafontslag verleend omdat hij, volgens verweerder, de werkzaamheden die hij in het kader van zijn re-integratietraject zou verrichten in Emmen vanaf mei 2009 nimmer heeft verricht, terwijl hij, door het invullen van urenverantwoordingsstaten en door zijn verklaringen, wel de indruk heeft gewekt in Emmen te hebben gewerkt.

Aan eiser is strafontslag verleend omdat hij, volgens verweerder, de werkzaamheden die hij in het kader van zijn re-integratietraject zou verrichten in Emmen vanaf mei 2009 nimmer heeft verricht, terwijl hij, door het invullen van urenverantwoordingsstaten en door zijn verklaringen, wel de indruk heeft gewekt in Emmen te hebben gewerkt. De urenverantwoordingsstaten zijn dan ook frauduleus ingevuld en als gevolg daarvan is de bezoldiging ten onrechte op 100% gebracht. Verder heeft eiser door deze handelwijze misbruik gemaakt van de zorg die het Kadaster aan eiser heeft verleend en van het vertrouwen dat in eiser is gesteld.

De rechtbank stelt vast dat eiser niet heeft bestreden dat hij de urenverantwoordingsstaten niet overeenkomstig de waarheid heeft ingevuld maar dat hem dit niet kan worden toegerekend. Eiser heeft aangevoerd dat hij zich, na een ziektegeschiedenis en na problemen in de privésituatie, in een kwetsbare positie bevond waarin hij zich niet realiseerde wat er gebeurde. Een zorgvuldig onderzoek door verweerder naar de omstandigheden waarin eiser destijds verkeerde ontbreekt, terwijl daartoe volgens eiser wel alle aanleiding bestond. Eiser verwijst in dit verband ook naar een uitspraak van rechtbank Haarlem van 17 augustus 2009.

De rechtbank overweegt dat uit de uitspraak van rechtbank Haarlem niet volgt dat het bestuursorgaan in alle gevallen als deze is gehouden onderzoek te laten uitvoeren. Dat laat onverlet dat er in dit geval voor verweerder aanleiding kon bestaan om nader (medisch) onderzoek te laten verrichten. De rechtbank is echter van oordeel dat verweerder daarvan af heeft kunnen zien.
De rechtbank overweegt voorts dat om te kunnen oordelen dat het plichtsverzuim eiser niet kan worden toegerekend, aannemelijk zal moeten worden dat eiser in de periode hier van belang vanwege zijn psychische gesteldheid niet anders kon handelen dan hij heeft gedaan. Het rapport van dr. Mutsaers biedt voor die conclusie onvoldoende grondslag.

Met eiser is de rechtbank van oordeel dat het bevreemdingwekkend is dat de leidinggevenden van eiser niet wisten dat eiser tegen de afspraken in niet in Emmen is verschenen en daarvan blijkens de interne notitie van 10 december 2009 eerst op 18 juni 2009 op de hoogte lijken te zijn geraakt. Dit kan er, gelet op het voorgaande, echter niet toe leiden dat het plichtsverzuim niet aan eiser kan worden toegerekend.

De rechtbank acht de opgelegde straf van ontslag niet onevenredig aan de aard en de ernst van de verweten gedraging. De gezondheidsproblemen, de financiële problemen en het langdurig dienstverband die door eiser zijn aangevoerd als omstandigheden op grond waarvan strafontslag onevenredig moet worden geacht, geven de rechtbank geen aanleiding anders te oordelen.

Het beroep is daarom ongegrond.

LJN: BP9465, Rechtbank Zwolle , Awb 10/459